27 mei 2010

Vals klinkende kleur met warm effect

Oudroze en beton

Het metrostation Schiedam is de eerste halte vanuit Rotterdam op de Calandlijn, inmiddels al weer bijna zeven jaar oud. Met zijn forse overkapping overschaduwt het haast het naastgelegen treinstation. Het is ook ontworpen door een echte stationsarchitect, Jan van Belkum van Arcadis Architecten. Volgens gevelanalist Nico Hendriks zijn de kleurverschillen fors, maar niet zo bedoeld.

Omdat de hal en de perrontunnel van het treinstation van Schiedam vernieuwd moesten worden, wilde de NS voor het metrostation een architect met ervaring in de stationsbouw. Van Belkum had met de metrostations op de Ringlijn van Amsterdam al een metroproject op zijn conto en kreeg kort na het Schiedamse project de opdracht voor de verbouwing van Amsterdam-Bijlmer, ook een combinatie van metro- en treinstation.

Die combinatie was trouwens net het lastige aan de opgave voor Schiedam-Centrum, want de aansluitende stations voor treinen en bussen lagen nogal hoog. Uiteindelijk is het busstation maar verplaatst, wat het wel wat makkelijker maakte, maar zeker niet eenvoudig. Ten slotte kon een hoogteverschil van ongeveer een meter niet worden voorkomen. Dat is de harmonische aansluiting niet ten goede gekomen, maar daar gaat het nu niet om. Het onderwerp betreft namelijk de betonnen draagbokken, in de kleur oudroze.

Oudroze

De overkapping over de volle breedte van de perrons is ronduit imponerend. De omvang benadert die van de stalen kap van het treinstation. Daar houdt de vergelijking ongeveer mee op. De bekleding van de metro-overkapping bestaat namelijk voor een groot gedeelte uit hout, wat toch een heel andere uitstraling heeft dan staal en glas. In de kap zijn glazen lichtstroken opgenomen, die voor voldoende daglicht moeten zorgen.

De wat eigenaardige spleet tussen de beide kappen wordt afgedekt door de glasrand van de metrokap. De gespierde draagbokken zijn zoals gezegd van oudroze gekleurd beton. Henny de Lange schrijft daarover in Trouw: ‘Die kleur klinkt behoorlijk vals, maar het effect is warm en prettig in combinatie met het hout’. Warm en prettig is de kleur allang niet meer, wel een stuk valser.

Gekleurd beton

Over gekleurd beton heb ik het op deze plaats al diverse malen gehad, maar het schijnt niet te helpen. Laat ik het nog een keer op een rijtje zetten. Om te beginnen zijn er twee soorten pigmenten: de anorganische en de organische. De anorganische bestaan uit metaaloxiden die goed bestand zijn tegen een alkalisch milieu en weersinvloeden. Ze zijn kleur- en lichtecht en hebben een goede hechting met cementhydraten.

De organische daarentegen kunnen afgeven en verbleken onder invloed van zonlicht. In feite zijn ze dus niet geschikt voor toepassing buiten. Het meest duurzame resultaat wordt bereikt met anorganisch pigment en maagdelijk wit cement. Met gewoon cement (bijvoorbeeld Portland) gaat op den duur het grijs onverbiddelijk de boventoon voeren. Maar voor een echt goed resultaat is er nog meer nodig.

Kleurverschillen

Ook al wordt aan de genoemde voorwaarden voldaan, dan nog kunnen er kleurverschillen ontstaan. Een goede vermenging en een zeer constante dosering bij de productie van gekleurd beton zijn van cruciaal belang voor een gelijkmatige kleurverdeling. Maar zelfs dat is nog niet genoeg.

Kleurverschillen bij de verharding worden namelijk ook veroorzaakt door vochtverschillen in het betonmengsel. Die heb je alleen maar in de hand door juist in de beginfase de elementen te conditioneren, door ze enkele dagen in de fabriekshal op te slaan. Alleen al hieruit blijkt, dat net als bij ‘gewoon’ schoon beton een goed resultaat slechts mogelijk is met prefabricage. Er loeren dus vele gevaren en het is eigenlijk geen wonder dat het zo vaak fout gaat, zoals ook hier. En dan is er ook nog de vervuiling.

Vervuiling

Een ander berucht probleem bij schoon beton, gekleurd of niet, is vervuiling. Een zeer belangrijke factor om vervuiling te voorkomen is een zorgvuldige detaillering. Alles draait om het goed nadenken over hoe het hemelwater van de constructie afloopt. Vervuiling wordt nu eenmaal sterk beïnvloed door vocht en meer specifiek door regenwater. Bij een ‘normaal’ betonoppervlak dringt regenwater met daarin vuildeeltjes in de poriën. Vervolgens hecht het vuil zich aan de poriewanden.

Alleen door zeer intensief reinigen kan het vuil worden verwijderd, maar dat leidt weer tot verdere erosie van het oppervlak, zodat de vervuiling des te sneller terugkeert. Normaal beton is dan ook niet geschikt voor schoon beton. Alleen speciaal beton met een zeer dicht oppervlak komt in aanmerking. Dat zal bij het metrostation niet zijn gebruikt.

Bronnen:

Lange, H. de: ‘Schiedamse metro sluit net niet naadloos op trein aan’, Trouw, 17 december 2002. Hendriks, N.A.: ‘Antireclame voor schoon beton’, Bouwwereld #15, 2008. Hendriks, N.A. en G.W. Verheij: ‘Duurzaam schoon beton: Hoe krijg je dat?amp;rsquo;, Cement 8, 2004. Tekst Prof. ir. Nico Hendriks  Foto's Lock Images

 

Bronnen Lange, H. de: ‘Schiedamse metro sluit net niet naadloos op trein aan’, Trouw, 17 december 2002. Hendriks, N.A.: ‘Antireclame voor schoon beton’, Bouwwereld #15, 2008. Hendriks, N.A. en G.W. Verheij: ‘Duurzaam schoon beton: Hoe krijg je dat?amp;rsquo;, Cement 8, 2004.
Tekst Prof. ir. Nico Hendriks
Foto's Lock Images

Nieuwsoverzicht | Nieuwsbrieven archief

Inloggen

 
gebruikersnaam:  
 
wachtwoord:  
 
 
 
   
Wachtwoord vergeten?  

Klik hier om uw gegevens te wijzigen

 

Stichting Kleurenvisie
Rotsoord 3
3523 CL Utrecht