48 UUR KLEUR

door Diny Leijsen

In Dordrecht werden op 4, 5 en 6 maart 2005 bijzondere culturele activiteiten samengebracht rond het thema KLEUR in de architectuur als één van de ingrediënten van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de stad. Hierbij is ook nieuwbouw betrokken in relatie tot de oude stad. Het kleurenpalet voor deze STADSWERVEN, het lineaire voormalige havengebied aan de noordrand van Dordrecht zal de eigen stoere identiteit van dit bijzondere, door water omsloten gebied mede vorm gaan geven.

De samenstellers van dit palet, de heren Hendrik Groeneweg en Kees Rouw, hadden de waaier 55 Dordtse Kleuren al op hun naam staan. Over deze 55 Dordtse Kleuren is de laatste jaren geregeld geschreven (zie o.a. de Kleurenvisie nr.4 van 2002, nr.4 van 2003 en Eisma's Schildersblad nr.6 van 2005). Bovendien werd op 2 april in het tv-programma Vlaanderen vakantieland ruim aandacht besteed aan dit onderwerp in de oudste stad van Nederland. Het afwisselende programma van het manifest 48 uur kleur was verdeeld over drie dagen en startte op vrijdag 4 maart met een stadswandeling/rondwandeling door o.a. de Wijnstraat, de zogenaamde proeftuin van kleurtoepassing in de historische binnenstad. Het uitgesproken winterse weer, speelde echter de organisatie behoorlijk parten. Omdat met name het treinverkeer ernstig ontregeld was resulteerde dit in een beperkt aantal belangstellenden voor deze ijzige tocht. Na de lunch in 't Zeepaert vond om 13.30 uur in de Kunstkerk de opening plaats van 48 UUR KLEUR door Thea van Biemen, historica en verbonden aan de Stichting de Stad. Na nog wat nadere uitleg over de ontwikkeling van de kleurgeving in de (oude) binnenstad en de nieuwe Stadswerven, kwam onder leiding van Bert van Meggelen, de aangekondigde forumdiscussie: STAD EN KLEUR INDENTITEIT aan bod.

Een korte inleiding door de deelnemers:

Frits Palmboom, stedenbouwkundige en nauw betrokken bij de nieuwbouw Stadswerven, heeft inspiratie geput uit het eerder verschenen boekje "Dordtse Kleuren" Hij legt uit dat in deze Stadswerven altijd de schittering van licht in het water aanwezig is en dat men ten opzichte van de oude stad, die in de schaduw ligt, altijd met tegenlicht te maken heeft. De helderheidvertaling van de oude stad naar de Stadswerven (de verhouding raamopening 1/3, metselwerk 1/3 en het lijstwerk 1/3) werd doorgevoerd maar, zo vraagt hij zich af, zou dat ook voor materialen en kleuren noodzakelijk zijn?

Ed Taverne begint zijn inleiding met witten/grijzen in de architectuur hetgeen volgens hem een reactie is op het Modernisme en dat kleur in de historie een bron heeft. Hij refereert aan het historische kleuronderzoek in 1960 in Milaan en aan dat van Turijn waarover het boek Colore e Citta is verschenen en dat de kleurplannen beschrijft tussen 1800 en 1850; het zou een machtsmiddel vanuit het stadsbestuur zijn geweest. Hij vraagt zich af wat je heden ten dage nog met kleur in de stad moet; er is al zoveel: borden, reclames enz.

Hans Ultee houdt een pleidooi voor een bepaalde kleurgeving in de stad maar vraagt zich af hoe te handelen als er bijvoorbeeld geen historisch verleden is. Als voorbeeld noemt hij de Leliewijk in Leiden waar in de jaren '70 gebruik werd gemaakt van transparante houtafwerking die de bewoners nu zelf van (de meest uiteenlopende) kleuren hebben voorzien.

Pieter Bannenberg geeft aan de hand van beelden van eigen werk zijn visie op het gebruik van kleur in de gebouwde omgeving.

Bob van Reeth, Vlaams Rijksbouwmeester, heeft wel eens over kleuren gedacht maar hanteert zelf meestal de achromaten. We krijgen wat beelden te zien van zijn Casa Blanca in Antwerpen en van een badkamer in zwart/wit.

Liesbeth van de Pol beweert: "Kleur ben je zelf", en van je stemming hangt het karakter van de dag af. Ze is aanwezig in een rood pakje en traditiegetrouw vindt er weer een verkleedpartij plaats. Ten slotte wordt het verhaal van de drie rode flats in Almere door haar van stal wordt gehaald.

In de discussie hierop volgend brengt Bannenberg de kleur t.o.v. geluid ter sprake en vindt Liesbeth dat kleur met tijdgeest heeft te maken. Ze vindt dat de stedeling moet meedenken in het kleurgevingsproces en Hans is de mening toegedaan dat bewoners/eigenaren zelf claimen wat ze willen. Het lijkt hem aan te bevelen diverse onderdelen in de bouw in te plannen die individueel door bewoners veranderd (gekleurd) kunnen worden. Palmboom pleit wat betreft de Stadswerven, voor een eigen kleurgeving. Het kleurenplan Dordtse binnenstad moet niet worden overgeheveld naar de nieuwbouw die een eigen context heeft. Volgens Ed leidt geen tijdsgeest tot niets. Kleur is een medium. Turijn 1800 was cultureel machtsgoed en Maastricht 1990 bijvoorbeeld heeft een eigen identiteit. Bob vindt dat de werkwijze van Dordrecht goed is; de mensen zelf hebben geen smaak. Resumerend is men van mening dat het oude imago van Dordrecht verdwijnen moet. De Voorstraat was de straat van de armoe met vervallen huisjes, en ondanks dat het een schaduwstad is wordt het zinderend. Er komt een (SKB) Kleurroute Dordrecht. En voor de toekomst: meer wetenschappelijk kleuronderzoek, uitwisseling van ervaring en inventarisering, en (en daarmee was iedereen het roerend eens), verbetering van het huidige kleuronderwijs.

In de ambiance van de prachtige Kunstkerk werd, onder het genot van frisdrank en koffie, nog een half uurtje nagepraat en konden wij, aan de ons toegewezen hoek op de balie, aan liefhebbers en belangstellenden onze folders, uitnodigingen voor de (inmiddels gepasseerde) Kleurendag en wervende NVvK-verhalen kwijt. Een groot aantal van ons was later aanwezig bij de presentatie van het kleurenpalet van de Stadswerven en de opening van de tentoonstelling: 55 Kleuren / 40 Huizen in het Centrum van Beeldende Kunst in de Voorstraat. Heel boeiend. Van anderen vernam ik dat zaterdag 5 maart ook de moeite waard was en dat o.a. de georganiseerde workshops in diverse monumentale huizen druk werden bezocht. Op zondag 6 maart was het programma meer cultureel getint met films over kleur en een lezing door K. Schippers over de kleur van de stad, gevolgd door poëzie, muziek en gedichten over kleur.

Napratend met Mirjam Hanssen, (mede)organisator van 48 UUR KLEUR, komt zij tot de uitspraak dat het evenement geslaagd genoemd kan worden. Met name het hoge aantal bezoekers aan het Centrum voor Beeldende Kunst, waar de expositie 55 Kleuren / 40 Huizen te zien was, is als zeer positief ervaren voor de "gekleurde" toekomst van de stad Dordrecht.

Diny Leijssen is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Kleurenstudie

- zie ook de artikelen over Historische Kleuren van Jan Heesters

Inloggen

 
gebruikersnaam:  
 
wachtwoord:  
 
 
 
   
Wachtwoord vergeten?  

Klik hier om uw gegevens te wijzigen

 

Stichting Kleurenvisie
Klarendalseweg 31
6822 GA Arnhem